Wie had dat 10 jaar terug gedacht: dat de energietransitie het gesprek van de dag zou worden? Over hoe we met z’n allen de klimaatdoelen gaan bereiken en wie daar op welke manier aan moet bijdragen, lopen de meningen stevig uiteen. Buurkrachtmanager Roel Woudstra neemt drie veel gehoorde stellingen over de rol van burgers in dit proces onder de loep: waar of niet?

Energietransitie is voor de elite

“Met die uitspraak proberen politici nog weleens te scoren. Voor de subsidie op elektrisch rijden, de ‘Tesla-subsidie’, hebben ze een punt. Maar om je woning te verduurzamen en minder energie te verbruiken, is echt geen fortuin op de bank nodig. Iedereen kan z’n verwarming lager draaien en het licht uitdoen in ruimtes waar niemand is. Natuurlijk praat je bij grotere ingrepen zoals zonnepanelen en isolatie over serieus geld, maar die investering hoef je niet vandaag te doen. Je kan ervoor sparen, of gebruikmaken van een duurzaamheidslening. Die je vaak kan afbetalen met de opbrengst van je maatregelen. Je hoeft ook niet meteen van het gas af; daar is ruimschoots de tijd voor. Begin met maatregelen die ‘altijd goed’ zijn, ongeacht hoe de warmtevoorziening er straks uit gaat zien. Als gemeenten mensen in de wijken goed betrekken bij de plannen die ze daarvoor maken, kunnen die bewoners hún plannen daarop afstemmen. In hun eigen tempo.”

Initiatieven van burgers zijn een druppel op een gloeiende plaat; het zijn de bedrijven die stappen moeten zetten

“Het tweede deel van die stelling is geen fabel: dat moet absoluut gebeuren. Met bedrijven die veel CO2-uitstoot veroorzaken – probeert de overheid even goed tot maatregelen te komen. Een complexe discussie, want daarbij spelen ook andere belangen zoals de werkgelegenheid. En dat het bedrijfsleven over de brug moet komen, maakt het eerste deel van de stelling nog niet waar. Burgers zijn stuk voor stuk consumenten, die reizen, spullen kopen, hun huizen verwarmen. Dat zorgt allemaal voor CO2-uitstoot. En ja, wat één consument kan bijdragen is een druppel op een gloeiende plaat. Maar met 17 miljoen burgers kan je bergen verzetten. Het gaat erom dat je de massa in beweging brengt.”

Sympathiek hoor, die kleine energiebesparende maatregelen, maar zo komen we er nooit

“Natuurlijk los je met een deurdranger het klimaatprobleem niet op. Evenmin als met 17 miljoen deurdrangers. Ook consumenten ontkomen uiteindelijk niet aan grotere stappen. Maar dat is geen reden om meewarig over kleine maatregelen te doen. Die zijn juist cruciaal. Dáármee begint gedragsverandering. De afgelopen jaren hebben wij dat in heel veel buurten die wij begeleiden, zien gebeuren. De ervaring leert echt dat mensen die al een kleine stap genomen hebben en merken wat dat oplevert – niet alleen op hun energierekening maar ook aan comfort – eerder openstaan voor vervolgstappen. Zo werken kleine energiebesparende maatregelen als een soort ‘primers’ – de beste voorbehandeling voor duurzaam resultaat.”

Dit artikel is ook verschenen in VNG Magazine, november 2019