klimaatverandering: straks is nu

Er is lang over ‘straks’ gesproken als het over klimaatverandering ging, maar het gebeurt nu, overal om ons heen. En het raakt ook gemeenten. Denk aan die grote hoeveelheid hete dagen waardoor de hittestress oploopt of aan wegen die blank staan door zware regenval. Effecten van klimaatverandering die – voor zover de oorzaak niet weggenomen wordt – vragen om ruimtelijke aanpassingen. Bewoners kunnen daarin een belangrijke rol in spelen; ongeveer 50% van die ruimte is privé. Alleen, hoe krijg je ze in de actiestand?
 
 

Overheden besteden al aandacht aan het onderwerp met allerlei campagnes, maar klimaatadaptatie mag onder bewoners nog veel meer gaan leven. Ze zien het nog niet als een thema waaraan zij zelf een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren. Zeker bij vraagstukken rondom wateroverlast wordt al snel naar gemeenten gekeken: het zal wel aan het riool liggen. Dat is geen onwil; het heeft er eerder mee te maken dat bewoners niet scherp hebben wat ze zelf kunnen doen. Of ze denken – ten onrechte – dat ze alles al hebben afgevinkt wat binnen hun mogelijkheden ligt.

 

herkenbaar?

Voor gemeenten blijft het een puzzel. Dat geldt voor de afdelingen die beleid maken rondom klimaatadaptatie, maar ook voor Openbare Werken. Hoe pak je het momentum met bewoners als er een potje beschikbaar is? Of als je toch al een project gepland hebt staan om enkele straten open te breken? Of misschien wel voor de herinrichting van een hele wijk? Hoe krijg je bewoners dan zo ver dat ze eigenaarschap voelen én nemen? En klimaatdoelen verbinden aan dit soort projecten? De sleutel ligt bij sámen. En daar kun je vanuit de gemeente een flinke impuls aan geven.

 

groenere buurten: drie vuistregels

1 geef bewoners handelingsperspectief
Bewoners kunnen veel bijdragen, maar het ontbreekt het overgrote merendeel aan inzicht in wat dat dan is. Zelfs bewoners die zich aansluiten bij meedenkclubjes over vergroening, komen soms niet verder dan minder stenen in de tuin. Terwijl er van alles mogelijk is, van geveltuintjes en boomspiegels inrichten tot regenwater afkoppelen, bijenhotels plaatsen en daken vergroenen. Het begint dus bij het aanreiken van concrete suggesties en oplossingsrichtingen. Je hoeft niet meteen de hele buurt te bereiken: zorg dat je een paar enthousiaste bewoners vindt die hart hebben voor een groene buurt, en die het leuk vinden om met hun buurtgenoten iets te doen. Met deze ‘koplopers’ kun je een grotere beweging op gang brengen.
 

 

 
2 neem zoveel mogelijk buurtbewoners mee
Het enthousiaste groepje buren waarmee je start, is meteen ook de sleutel naar een breder publiek. Met een informatiecampagne die voornamelijk bestaat uit flyeren, kom je er niet. Het is belangrijk om echt het gesprek met bewoners aan te gaan. Persoonlijk, deur aan deur of bijvoorbeeld via een online webinar. Zij zijn bovendien je beste ambassadeurs: mensen nemen eerder iets aan van hun buren dan van iemand van de gemeente die ze niet kennen en vertrouwen. Wanneer je hen als gemeente een podium geeft, met goede documentatie en door bijvoorbeeld informatiebijeenkomsten te faciliteren waarin zij hun plannen kunnen toelichten, is er al veel gewonnen.
 
3 kies je rol als gemeente zorgvuldig
Wil je dat bewoners aan de slag gaan, dan is het zaak dat ze zichzelf verantwoordelijk voelen voor de klimaatadaptatie in hun leefomgeving. Dit krijg je voor elkaar door ze mee te laten denken: wat kunnen we samen doen om onze buurt te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering? Ga je bewoners te veel ontzorgen, bijvoorbeeld door met een grote kar voor te rijden en plantjes uit te delen, dan kweek je geen eigenaarschap. Daardoor verzandt een initiatief al snel. Waak er ook voor dat je bewoners het gevoel geeft dat ze invloed hebben, en vervolgens toch je eigen plan trekt. Geef ze een impuls, geef ze de ruimte, en faciliteer ze dan om de plannen zelfstandig uit te voeren.

 

buurtsuccessen: Prinsenland en de Akert

schoolvoorbeeld Rotterdam
Een project dat aan alle drie deze vuistregels voldoet, is het groene daken-initiatief in het Rotterdamse Prinsenland. Een buurt waar de daken een kwarteeuw na de bouw wel zo’n beetje aan vervanging toe zijn. Waarom doen we dat niet samen, bedachten een paar bewoners. En kunnen we dan niet in één moeite door bijdragen aan de verduurzaming en klimaatadaptatie van onze wijk? Zo kwamen ze op het idee voor de collectieve inkoop van sedumdaken, al dan niet in combinatie met zonnepanelen.
 
De gemeente faciliteerde het initiatief, onder andere door Stichting Buurkracht de gelegenheid te geven om het proces samen met de bewoners in een overzichtelijke structuur te gieten. Verdere ondersteuning bestond uit een lokale campagne en posteren flyermaterialen die het Buurkrachtteam zelf kon invullen en laten produceren via de Buurkrachtwinkel. Het resultaat: bijna 60 daken zijn inmiddels groen – and counting!
 
eetbaar plantsoen in Geldrop
Nog een mooi gezamenlijke actie uit een van de Buurkrachtbuurten: het eetbare plantsoen in de Akert, een buurt in Geldrop. Het idee en de uitgewerkte plannen kwamen van een actieve bewonerswerkgroep. Zij maakten, net als voor hun eerdere buurtinitiatieven, hun eigen communicatiematerialen via de Buurkrachtwinkel, betrokken de buurt zelf bij hun initiatief, regelden de uitvoering voor een groot deel en zorgen nu samen met de buurt voor het onderhoud.
 
Daar plukken ze met elkaar nu letterlijk de vruchten van. De bewoners hebben de regie, de gemeente faciliteert. Bijvoorbeeld door openbare ruimte en procesondersteuning beschikbaar te stellen en het buurtteam vertrouwen te geven. Het mes snijdt aan alle kanten: de buurt is groener, de sociale cohesie sterker en het bewustzijn over groen en biodiversiteit groter. Tegelijkertijd verkleint het eetbare plantsoen de hittestress en draagt het positief bij aan het wateren rioolbeleid in de gemeente. Dat is nog eens synergie!