‘Ze doen niets met onze inbreng.’ ‘Naar ons wordt toch niet geluisterd.’ Ook gemeenten die zich serieus inzetten om bewoners bij hun plannen en besluiten te betrekken, lopen tegen dit soort reacties van bewoners aan. Hoe doorbreek je het hardnekkige plaatje dat participatie een wassen neus is?

Dat het behoorlijk frustrerend kan zijn voor gemeenten als bewoners sceptisch zijn over hun pogingen om participatie op gang te brengen, begrijpt Buurkracht-directeur Roel Woudstra heel goed. “Tegelijkertijd is het logisch dat bewoners zo reageren”, zegt hij. “Want of je nou de krant leest, tv kijkt of naar de radio luistert, het beeld dat bij veel mensen blijft hangen, is dat overheden hun eigen plannen er toch altijd doorheen drukken. Dat heeft geleid tot de pavlovreflex waarmee gemeenten nu in de hoek gezet worden, al maken ze wel degelijk graag en dankbaar gebruik van de inbreng en ideeën van bewoners.”

Geef bewonersinitiatieven een podium
Die reflex is niet zomaar de wereld uit, voorspelt Woudstra. “Maar om het tij te keren, kunnen gemeenten wel drie belangrijke stappen zetten – het liefst allemaal tegelijk. De eerste is om bewoners die samen actie ondernemen om hun eigen buurt of omgeving mooier, duurzamer, groener of socialer te maken, een podium te geven. Laat zien dat je waardering hebt voor wat ze samen bereiken, bijvoorbeeld door gezamenlijke activiteiten in zo’n buurt te faciliteren en te zorgen voor een persmoment met de burgemeester of wethouder. En niet alleen in verkiezingstijd.”

Denk na over je eigen rol
Ten tweede zouden gemeenten volgens Woudstra moeten nadenken over welke rol ze zelf willen nemen in participatietrajecten die ze voor ogen hebben. “Juist omdat je bij bewoners als gemeente al met 4-0 achter staat, kun je je afvragen: zijn wíj wel de partij om de kar te trekken? Of kunnen we beter een neutrale partij in de arm nemen waar bewoners nog geen oordeel over klaar hebben? Bij Stichting Buurkracht hebben we bijvoorbeeld al vaak met dit bijltje gehakt, maar er zijn inmiddels ook allerlei vergelijkbare organisaties opgestaan die de kartrekkersrol van gemeenten kunnen overnemen. Zowel bij projecten in het sociale domein als in het domein ruimte of openbare ruimte. Op die manier kun je met een schone lei beginnen.”

Veranker participatie in je beleid
Woudstra wijst er ten slotte op dat gemeenten zelf groot belang hebben bij betrokkenheid van bewoners. “Uiteindelijk draait het om draagvlak en draagkracht. Dat is keihard nodig om in de wijken maatschappelijke issues op te lossen, en niet incidenteel maar structureel. Dit vraagt om brede aandacht voor participatie, misschien zelfs wel een ‘participatiedomein’ dat dwars door alle thema’s heenloopt, van mantelzorg tot aardgasvrij. Dat is meteen een extra stimulans om vraagstukken integraal op te pakken. Goed om te zien dat steeds gemeenten al bezig zijn hier beleid op te formuleren. Wij kunnen daarvoor met onze uitgebreide ervaringen met en data over wijken in Nederland waardevolle input voor leveren, dus ik zou zeggen: klop gerust aan.”

Dit artikel is in november in VNG Magazine verschenen